Gebaseerd op:Boerderij (24-8-2010)
Er is geen reden om de twee vormen van genmodificatie cisgenese en transgenese anders te beoordelen op het gebied van ongewenste bijeffecten. Dat blijkt uit het rapport `Food and feed safety aspects of cisgenic crop varieties` van het Instituut voor Voedselveiligheid (Rikilt) van Wageningen UR. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM.
Bij cisgenese worden soorteigen genen ingebracht in gewassen. Bij transgenese gaat het om genetisch materiaal van andere soorten. EU-regels schrijven voor dat producten die via genetische modificatie verkregen zijn getoetst moeten op hun veiligheid voor mens, dier en milieu. Door proeven met onder meer transgene aardappelen toonden de onderzoekers aan dat bij zowel cisgenese en transgenese de inbouw van een nieuw genetisch element bijeffecten kunnen optreden, zoals een fusie-eiwit.
Geconcludeerd wordt dat nieuwe plantvariëteiten beter beoordeeld kunnen worden op hun specifieke nieuwe eigenschappen dan op de gebruikte technologie. De nieuwe eigenschappen bepalen namelijk de voedsel- en diervoederveiligheid van het gewas.
Bron: Profnews
|